Doel van de functie
Als Senior Applicatiebeheerder Microsoft Power Platform – RUN & Governance maak je deel uit van het Power Platform-team binnen UWV. Het team is end-to-end verantwoordelijk voor het stabiel, veilig, beheersbaar en toekomstbestendig functioneren van het Microsoft Power Platform. Naast het dagelijkse technische platformbeheer speel je een belangrijke rol bij het verder inrichten en professionaliseren van de RUN-organisatie rondom Microsoft Power Platform.
Je zorgt ervoor dat het platform aantoonbaar in control is op het gebied van beschikbaarheid, performance, security, compliance, architectuur, lifecycle, capaciteit en licenties.
Je vertaalt technische, architectuur- en governancekaders naar concrete beheermaatregelen, monitoring, controles, rapportages en waar mogelijk geautomatiseerde guardrails. Daarnaast ondersteun je ontwikkelteams met platformautomatisering, Application Lifecycle Management (ALM), CI/CD en technische standaarden, zodat ontwikkelteams zich kunnen richten op het ontwikkelen van betrouwbare en kwalitatief hoogwaardige oplossingen.
Een belangrijk onderdeel van de opdracht is het opzetten, documenteren en overdragen van beheerprocessen en technische kennis, zodat deze structureel binnen de RUN-organisatie van UWV kunnen worden geborgd.
Kerntaken & Verantwoordelijkheden
1. Technisch platformbeheer
- Beheren en optimaliseren van Microsoft Power Platform-omgevingen binnen de OTAP-straat (Ontwikkel, Test, Acceptatie en Productie).
- Beheren van Power Platform Admin Center en relevante tenant- en environmentinstellingen.
- Beheren van Dataverse-omgevingen, capaciteit, security en platformconfiguratie.
- Beheren en controleren van connectors, connection references, environment variables, service principals en technische integraties.
- Coördineren en begeleiden van Microsoft-updates, releases, patches en platformwijzigingen.
- Beheren van platformconfiguraties en bewaken van consistentie tussen omgevingen.
- Ondersteunen van ontwikkelteams bij technische platformvraagstukken.
- Signaleren en uitvoeren van verbeteringen in de technische inrichting van het platform.
2. Inrichting en professionalisering RUN-organisatie
De Senior Applicatiebeheerder draagt actief bij aan het verder opzetten en professionaliseren van de beheerorganisatie voor Microsoft Power Platform.
- Inrichten en verbeteren van operationele beheerprocessen.
- Definiëren van verantwoordelijkheden, beheeractiviteiten en escalatiepaden.
- Opstellen en onderhouden van beheerprocedures, runbooks en werkinstructies.
- Inrichten van structurele operationele controles.
- Ondersteunen bij het definiëren van KPI's en stuurinformatie voor het platform.
- Inrichten van periodieke platform-healthchecks.
- Ondersteunen van incident-, problem-, change- en releasemanagement.
- Inrichten van procedures voor verstoringen en escalaties.
- Vastleggen van afhankelijkheden met andere UWV-diensten en beheerorganisaties.
- Signaleren van structurele problemen en initiëren van verbetermaatregelen.
- Bijdragen aan lifecyclemanagement van het platform en daarop ontwikkelde oplossingen.
- Zorgdragen voor kennisoverdracht richting de interne beheerorganisatie.
3. Monitoring & Opertional Control
De Senior Applicatiebeheerder helpt een integraal monitoringconcept voor Microsoft Power Platform op te zetten en te onderhouden. Monitoring wordt gekoppeld aan: signalering ? alerting ? analyse ? actie ? escalatie ? rapportage. Waar mogelijk worden controles en signaleringen geautomatiseerd.
- Beschikbaarheid van het platform en kritische platformdiensten bewaken.
- Environment health monitoren.
- Dataverse-capaciteit en databasegebruik bewaken.
- Storage-, file- en logcapaciteit monitoren.
- API- en servicegebruik bewaken.
- Mislukte of afwijkende Power Automate-runs signaleren.
- Kritische flows en integraties monitoren.
- Connectorgebruik bewaken.
- Platform- en service-health monitoren.
- Deployment- en pipeline failures signaleren.
- Security- en audit-events bewaken.
- Capaciteitsgrenzen en technische limieten monitoren.
- Afwijkingen ten opzichte van vastgestelde platformstandaarden signaleren.
4. Governance, Architectuur & Compliance
De Senior Applicatiebeheerder bepaalt niet zelfstandig de architectuurkaders, maar zorgt ervoor dat vastgestelde kaders binnen het platform technisch worden toegepast, bewaakt en waar mogelijk afgedwongen.
- Implementeren en beheren van Power Platform governance-maatregelen.
- Inrichten en beheren van Data Loss Prevention (DLP) policies.
- Bewaken van toegestane en niet-toegestane connectors.
- Bewaken van environment- en tenantinstellingen.
- Implementeren en beheren van technische guardrails.
- Controleren van oplossingen op geldende platformstandaarden.
- Signaleren van afwijkingen ten opzichte van architectuurregels en richtlijnen.
- Vertalen van architectuur-, security- en compliancekaders naar technisch afdwingbare maatregelen waar dit mogelijk is.
- Inrichten van rapportages waarmee afwijkingen inzichtelijk worden gemaakt.
- Ondersteunen bij periodieke compliance- en governancecontroles.
- Samenwerken met architectuur, security, privacy en andere relevante disciplines binnen UWV.
5. Licentie-, capacity- & usage management
- Inzichtelijk maken van toegewezen en gebruikte Power Platform-licenties.
- Signaleren van afwijkend of inefficiënt licentiegebruik.
- Monitoren van Dataverse- en platformcapaciteit.
- Bewaken van beschikbare capaciteit en platformlimieten.
- Signaleren van toekomstige capaciteitsproblemen.
- Ondersteunen bij capaciteitsprognoses.
- Inzichtelijk maken van groei in apps, flows, environments, gebruikers en makers.
- Leveren van technische informatie voor licentie- en kostenoptimalisatie.
- Periodiek rapporteren over gebruik, capaciteit en relevante trends.
6. Application Lifecycle Management & DevOps
- Inrichten en onderhouden van generieke ALM-oplossingen.
- Inrichten en beheren van source control met Git.
- Inrichten, beheren en verbeteren van CI/CD-pipelines binnen Azure DevOps.
- Automatiseren van deployments tussen DEV, TEST, ACC en PROD.
- Werken met managed en unmanaged solutions conform de afgesproken ALM strategie.
- Inrichten en beheren van service principals voor geautomatiseerde deployments.
- Beheren van connection references en environment variables.
- Inrichten van technische quality gates en deploymentcontroles.
- Ondersteunen van release-, rollback- en herstelprocedures.
- Automatiseren van terugkerende platform- en beheeractiviteiten met PowerShell, CLI's en andere beschikbare tooling.
- Ondersteunen van ontwikkelteams bij het correct toepassen van de ALM standaarden.
7. Security & toegangsbeheer
- Beheren en controleren van security-instellingen binnen Power Platform.
- Ondersteunen bij het beheer van rollen en rechten.
- Bewaken van privileged access en beheerrechten.
- Ondersteunen bij technische inrichting rondom Microsoft Entra ID.
- Beheren en controleren van service principals en technische accounts.
- Signaleren van ongewenste of afwijkende toegang.
- Ondersteunen van audit- en compliancevraagstukken.
- Implementeren van securitymaatregelen die voortkomen uit UWV-beleid en architectuurkaders.
8. Documentatie & kennisborging
- Documenteren van platformconfiguraties.
- Documenteren van beheerprocessen en procedures.
- Opstellen van runbooks en werkinstructies.
- Vastleggen van monitoring- en escalatieprocedures.
- Documenteren van ALM- en deploymentprocessen.
- Vastleggen van technische standaarden en gemaakte platformkeuzes.
- Zorgen dat wijzigingen traceerbaar en reproduceerbaar zijn.
- Actief kennis overdragen aan andere interne beheerders van UWV.
- Voorkomen dat kritische platformkennis afhankelijk wordt van individuele medewerkers of externen.
Resultaat van de opdracht
Van de externe Senior Applicatiebeheerder wordt verwacht dat je niet alleen operationele beheerwerkzaamheden uitvoert, maar aantoonbaar bijdraagt aan het volwassen maken van de Power Platform RUN-organisatie. Aan het einde van de opdracht moeten minimaal de volgende onderwerpen structureel zijn ingericht, verbeterd of aantoonbaar geborgd:
- Een beheersbare en gedocumenteerde Power Platform OTAP-omgeving.
- Een ingerichte monitoring- en alertingstructuur.
- Inzicht in platformbeschikbaarheid, performance en technische gezondheid.
- Structurele bewaking van capaciteit en platformgebruik.
- Inzicht in licentiegebruik en ondersteuning van licentieoptimalisatie.
- Operationele bewaking van governance-, security- en architectuurkaders.
- DLP- en andere relevante platformpolicies.
- Een beheerste ALM- en CI/CD-werkwijze.
- Gedocumenteerde incident-, change-, release- en escalatieprocedures.
- Runbooks en beheerwerkinstructies voor terugkerende werkzaamheden.
- Rapportage en stuurinformatie over de gezondheid en beheersbaarheid van het platform.
- Structurele kennisoverdracht aan de interne beheerorganisatie.
Het uitgangspunt is dat de RUN-organisatie na de opdracht zelfstandig in staat is het Power Platform stabiel, veilig, compliant en beheerst te beheren.